BesteBloggers

  • Tijdlijn
  • Joepsatijn heeft een artikel gedeeld in Sportblogs
    6 maanden geleden

    Traumars te lijf mamio 5 reportsge

    traumars te lijf mamio 5 reportsge

     
     

    In het vijfde elftal van de Groningse amateurclub Mamio spelen bijna louter gevluchte Eritreeërs. Ze zijn gaan voetballen om te integreren, en ‘om niet gek te worden’. Santos bezocht de thuiswedstrijd tegen Groen Geel 7.






    Mamio 5 mag dan een recreantenteam zijn, spelend in de onderste regionen van het Groningse amateurvoetbal, hun warming-up is indrukwekkend. In precies hetzelfde tempo voeren de spelers deze zaterdagochtend hun oefeningen uit, daarbij ritmisch klappend met hun handen. Op de andere helft lukt het de spelers van tegenstander Groen Geel maar moeilijk om hun bewondering te verbergen en Mamio-voorzitter Roy Tewari straalt: “Zo’n warming-up doet zelfs ons eerste elftal niet, hoor.”

    Een paar weken terug kreeg Tewari, een Surinaamse Hindoestaan, bezoek van Amin Nabute, een 26-jarige Eritreeër die sinds vier jaar in Nederland woont. Voor zijn Eritrese vrienden zocht hij een voetbalclub. Of ze bij Mamio misschien plek hadden? Tewari hoefde niet lang na te denken. Mamio betekent ‘lappendeken’ in het Surinaams. Alleen al het eerste elftal telt acht verschillende nationaliteiten. Dus zei Tewari tegen Nabute: “Natúúrlijk zijn jullie welkom.”


    ‘Na alles wat we hebben meegemaakt, ligt de kans op de loer dat een van ons gek wordt. Dat moeten we voorkomen’

    Om half tien, ‘extreem vroeg’ voor een avondmens als hij, heeft de voorzitter de poort van het complex in de Groningse wijk Paddepoel geopend. Een groepje Eritrese jongeren staat op dat moment al een poosje te wachten om naar binnen te mogen. In eerste instantie zou de wedstrijd om half vijf ’s middags worden gespeeld, maar dat tijdstip kwam tegenstander Groen Geel niet uit. Vandaar dat er op deze vroege ochtend al volop bedrijvigheid is.

    Alleen de keeper van Mamio 5, Dudley Stella, is Nederlander. Hij fungeert als verbindingsman tussen de vereniging en de Eritreeërs. Voor de rest bestaat de selectie uit zo’n twintig Eritreeërs. Ze zijn tussen de twintig en dertig jaar, en uit hun vaderland gevlucht voor het hardvochtige regime van dictator Isaias Afwerki. De meeste spelers hebben inmiddels een verblijfsvergunning. Ze wonen verspreid in de provincie in dorpen met namen als Winsum, Sauwerd en Uithuizermeeden.


    De aanleiding voor het oprichten van Mamio 5 is de zelfmoord van een Eritreeër uit Groningen. Velen uit het team kenden hem. Hij had in Nederland zijn leven ogenschijnlijk op orde, maar bleek achteraf door zijn vlucht uit het Oost-Afrikaanse land zo getraumatiseerd te zijn dat hij een einde aan zijn leven maakte. Amin: “Op dat moment besloten we dat we elkaar vaker moesten zien. Na alles wat we hebben meegemaakt, ligt de kans op de loer dat een van ons gek wordt. Dat moeten we voorkomen. Daar ondersteunen we elkaar. We zijn als broers voor elkaar.”


     


    vtb-15-10-24-vv-mamio-02


     


    Dat is de ene kant van het verhaal. De andere kant is dat er bijna geen betere manier is om te integreren dan via voetbal. De regels zijn overal ter wereld hetzelfde. Het is geen dure sport; een bal, een veld, twee doelen en je kunt beginnen. En de voetbaltaal is universeel. “Nu trekken we nog naar elkaar toe, maar straks gaan de jongens ook mensen leren kennen binnen de vereniging,” zegt Amin. “En we zoeken nog een Nederlandse trainer. Dan zal het Nederlands van de meeste jongens vanzelf met sprongen vooruitgaan.”

    De voetbalwereld staat er open voor. Overal in het land ploppen de initiatieven uit de grond. Zwolsche Boys organiseerde een toernooi voor vijftig vluchtelingen. Koffie, een stroopwafel en een shirt van de club lagen voor aanvang klaar. Bij VV Monnickendam en VV Oegstgeest werd op een middag samen met vluchtelingen tegen een bal getrapt. Een delegatie van VV Kollum haalde zes gevluchte mannen en jongens op voor een toernooitje met wat eigen jeugd en veteranen. Het commentaar na afloop van het toernooi op de website: ‘Communicatie was moeilijk, maar in het veld konden we elkaar prima vinden! De vluchtelingen waren echte voetballiefhebbers, maar hadden door omstandigheden zo’n vijf jaar niet kunnen voetballen. Dit potje was voor hen dus echt genieten.’ Als aandenken kregen de vluchtelingen een slagroomtaart mee.


    Buiten de lijnen van het voetbalveld is de discussie over de opvang van vluchtelingen op z’n zachtst gezegd levendig te noemen. Amin snapt dat wel. “De men sen die tegen de komst van vluchtelingen zijn, zijn in mijn ogen niet dom. Maar wel: niet goed geïnformeerd. Als hen zou overkomen wat ons is overkomen, dan zouden ze wel anders praten. Alsof wij niet gewoon het liefste thuis zouden zitten, bij onze vader en moeder op de bank.”

    Voorzitter Tewari: “Het is een lange, moeilijke en vaak ook kromme discussie over wat je met vluchtelingen moet doen. Maar ze zijn hier. Dus moeten we voor ze zorgen.”

    Zelf zal Tewari niet snel vergeten hoe hij als tienjarig jongetje uit Suriname werd opgevangen in het Drentse dorpje Gees. Hij brengt zijn rechterhand naar zijn mond en maakt een kusgebaar. “Fantastisch! Buurtbewoners leerden me fietsen, anderen leerden me schaatsen. Van de boer mocht ik af en toe een appeltje pakken. Echt waar, Nederland is zo gastvrij.”

    Dat Tewari de taal al sprak en al in de jungle had geleerd over molens en kaas scheelde, beseft hij. Communiceren met de Eritrese jongens gaat moeilijk. De meesten spreken slechts gebrekkig Engels.


     


    vtb-15-10-24-vv-mamio-08

    In de verte komt een Eritrese jongen aanlopen die zijn voetbalspullen in een plastic tas van de Lidl meezeult. “Dat bedoel ik dus,” zegt Tewari. “Waarschijnlijk heeft hij een verkeerde tijd doorgekregen. Daarom probeer ik die jongens ook duidelijk te maken naar één man te luisteren en dat ben ik. Maar dat lukt nog niet altijd.”

    Tewari is zo’n man die er genoegen in schept om met moeilijke jongeren, of beter gezegd, in moeilijkheden geraakte jongeren, te werken. In het dagelijks leven is hij ambulant medewerker bij MartiniZorg, een hulpverleningsorganisatie in Groningen. Maar noem hem geen geitenwollensokkentype. Als het moet, kan hij keihard zijn.

    Hij vertelt over een team voormalig Joegoslaven dat in de jaren negentig een elftal vormde bij Mamio. “Dat was een ramp. Kroaten gaven de bal niet aan Serviërs, Serviërs speelden niet over aan Kroaten. Ik heb ze toen in de kantine bij elkaar geroepen en heb gezegd: ik besteed al mijn vrije tijd aan jullie, wij betalen jullie contributie, en het enige wat jullie doen is er hier een zooitje van maken. Weet je wat? Ik heb gewoon geen zin in jullie, bekijk het maar. En ik knalde zo de deur dicht.”

    Het was een gok, geeft hij toe. Maar het hielp. “Een paar dagen later zat ik met die jongens aan tafel. Nooit meer problemen gehad.”


    ‘Je hoort verhalen over broers die als kanonnenvoer dienden. Familie die is verdwenen. Ze zijn duidelijk getraumatiseerd’

    Met de Eritrese vluchtelingen heeft hij ook al een paar keer afgesproken in de kantine. Hij is benieuwd naar hun verhalen, hun achtergronden. Hoe meer je van ze weet, hoe beter je ze kunt helpen, is zijn opvatting. Bij die bijeenkomsten schoof ook een officiële tolk aan voor een-op-eengesprekken. “Dan vertellen ze meer als in een groep. Op die manier probeer je hun vertrouwen te winnen. Je hoort de vreselijkste verhalen over broers die als kanonnenvoer dienden. Familie die van de een op de andere dag is verdwenen. Ze zijn duidelijk getraumatiseerd.”


     


    vtb-15-10-24-vv-mamio-03 vtb-15-10-24-vv-mamio-04


     


    Dan komt vanuit de kleedkamer eindelijk de scheidsrechter aangewandeld. Petje op, zwart trainingsjack. Terwijl hij het kunstgrasveld opstapt, blaast hij al op zijn fluit en wijst naar het midden. Alle 22 spelers maken zich op voor de toss. Mamio 5 versus Groen Geel 7, een voormalig studententeam, kan beginnen.

    Wat betreft de tactiek zijn de Eritrese spelers al prima ingeburgerd; ze hangen de Hollandse School aan. Helaas blijven de kwaliteiten van de twee buitenspelers goed verborgen, ze krijgen nauwelijks aanspeelbare ballen. Door een fout van keeper Stella staat het bij rust 1-0.


     


    vtb-15-10-24-vv-mamio-12 vtb-15-10-24-vv-mamio-14


    Op weg naar de kleedkamer vertelt Jippe van der Sluis, een van de spelers van Groen Geel, dat hij in de krant had gelezen dat ze tegen vluchtelingen moesten spelen. Het maakt hem eerlijk gezegd niet zoveel uit. “Het zijn ook maar gewoon elf gasten die een potje willen voetballen. Wij pretenderen een tolerante vereniging te zijn. Dan gaan we dus niet denken: klopt dat politiek allemaal wel?”

    Sterker nog: enkele dagen na het treffen maakt Groen Geel wereldkundig dat het voetbaltrainingen gaat aanbieden aan vluchtelingen die in de naburige noodopvang verblijven.

    Wat wel vaker het probleem is bij Afrikaanse voetbalteams – veel spelplezier, goeie techniek, maar geen tactisch benul – is ook het probleem bij Mamio 5. Het lukt ze niet de bal in de ploeg te houden. Tot overmaat van ramp raakt ook nog eens spelbepaler Amin geblesseerd. Hinkend gaat hij het veld af.


    De gele shirts slobberen om de tanige lichamen van de Eritreeërs. Zwijgend rennen ze achter de bal aan

    Amin werkte na zijn militaire dienst in Eritrea bij een veiligheidsdienst. Nadat hij zijn baas had tegengesproken in een vergadering werd hij in de gevangenis gegooid. Daar werd hij geslagen en met koud water overgoten. Om vrij te komen, gaf hij zijn baas uiteindelijk gelijk. In drie etappes kwam hij via Soedan, Turkije en Griekenland in 2011 in Nederland terecht. “Het was een vreselijke tocht,” zegt hij. In Groningen volgt hij nu een opleiding tot verpleger.

    Zoals Amin heeft iedereen in het team zijn eigen verhaal. Adarash Habté (27 jaar, rugnummer 3) vluchtte in zijn eentje per boot de Rode en Middellandse Zee over, naar Europa. “Eritrea is geen veilig land, we kennen geen vrijheid zoals jullie,” zegt hij. “Ik heb onderweg verschrikkelijke dingen gezien, maar dat is privé.”

    Wat hij wist van Nederland? Niets. “Ja, ik kende Robin van Persie en Arjen Robben, omdat wij ook naar voetbal kijken.” Inmiddels woont hij in Uithuizen. Daar werkt hij op de vleesafdeling van de Albert Heijn.

    De gele shirts slobberen om de tanige lichamen van de Eritreeërs. Zwijgend rennen ze achter de bal aan. Zelden zal een scheidsrechter bij een amateurwedstrijd zo weinig commentaar hebben gehad als bij Mamio 5. Dat is geen toeval, zegt Amin. “Voor onze eerste wedstrijd hebben we een vergadering gehad. Ik heb gezegd: het begint allemaal met discipline. Het komt niet vaak voor dat in Nederland een heel team uit Eritreeërs bestaat. Dan moeten we geen slechte naam krijgen.”


    Hoe meer Mamio probeert om op gelijke hoogte te komen, hoe groter de ruimtes en dus de kansen worden voor Groen Geel. De bomen langs het sportveld zwiepen in de wind, het kunstgras ligt bezaaid met bladeren. “Stay focused,” roept keeper Dudley Stella. Maar even later werkt hij zelf een voorzet in eigen doel.

    Zo verliest Mamio 5 met 2-0. Na afloop worden handen geschud met de tegenstander en wordt de scheidsrechter bedankt. Langs de kant moppert de voorzitter. “Die keeper heeft de meeste praatjes, maar de minste prestaties.” Na drie wedstrijden is Mamio 5 nog altijd puntloos.


     


    vtb-15-10-24-vv-mamio-09

    Wat later, na een fanatiek potje tafelvoetbal, blijven de spelers van Mamio 5 nog even kijken bij het eerste. Zwijgend zitten ze op de stoelen voor het raam. Terwijl de eerste helft nog gaande is, stappen ze op. Ze gaan naar huis.

    Voorzitter Tewari geeft de jongens nog een paar flesjes frisdrank mee, voor thuis. “We doen wat we kunnen,” zegt hij. “Maar uiteindelijk zijn we gewoon een voetbalvereniging. Als we die jongens een klein beetje het gevoel van thuis kunnen geven, is onze missie al geslaagd.”
     

    Meer van Joepsatijn:

    in de ban van leonard cohen

    ammo baba voetbal irak sport

    Wat voor reactie wilt u achterlaten?

    Reageer

Beste Bloggers

Registeer vandaag nog en begin gelijk
met het promoten van uw eigen persoonlijke blog.